Search
Search

Flora en Fauna soorteninformatie

 
Zoeken
 
 
Zoeken


Gebied
Biotoop
Project

 
   
 
Groepen
 
 
Sponzen
Neteldieren
Ribkwallen
Ringwormen
Borstelwormen
Hoefijzerwormen
Snoerwormen
Kelkwormen
Platwormen
Weekdieren
Zeespinnen
Kreeftachtigen
Mosdiertjes
Stekelhuidigen
Zakpijpen
Vissen
Reptielen
Zoogdieren
Vaatplanten
Roodwieren
Groenwieren
Bruinwieren
Zeevogels
 
   
 
Soorten
 
 
Data pager
Data pager
Page size:
PageSizeComboBox
select
 1221 items in 62 pages
ZoekbeeldKenmerken
 
               
Data pager
Data pager
Page size:
PageSizeComboBox
select
 1221 items in 62 pages
Echte zoetwaterspons
Ephydatia fluviatilis


Lees verder...
Echte zoetwaterspons
Ephydatia fluviatilis
<p>Spons uit zoet en licht-brak water. Korstvormende soort. Bedekking tot meerdere cm<sup>2</sup>. Groen in ondiep water door symbiotische algen, in dieper water geelwit of bruinroze.</p>

Lees verder...
Ephydatia fluviatilis

Spons uit zoet en licht-brak water. Korstvormende soort. Bedekking tot meerdere cm2. Groen in ondiep water door symbiotische algen, in dieper water geelwit of bruinroze.

Afmetingen: Korstvormende sponzen kunnen een oppervlakte van meerdere cm2 bedekken, vertakte sponzen kunnen wel een meter lang worden.
Kleur: In dieper water zijn sponzen wit, geel, roze of bruin. In ondieper water kunnen ze ook groen gekleurd zijn door symbiotische algen.
Spicula: Lange dubbelpuntige naalden, 180-550um. Ook kleine (25 um) haltertjes waarvan in de praktijk de uiteinden als rafelige rondjes te zien zijn (zie foto's).

 Europa, Canada. In alle stilstaande en vooral zacht stromende zoete wateren.Sponzen komen zowel in stromende als stilstaande wateren voor. Ze kunnen ook op grotere diepten voorkomen. Zelfs onder de stenen zijn nog sponzen te vinden. Ze kunnen ook hangend voorkomen en vormen dan vertakte, gewei-achtige structuren. In stromende wateren blijven de sponzen compacter en vormen zelden geweivormige uitlopers. De Echte zoetwaterspons is te vinden op alle niet te zachte substraten in zoet water. Zelfs op waterplanten.Zoetwatersponzen kunnen het hele jaar gevonden worden, maar in de winter vormen veel sponzen gemmulae.467609SoortenalbumNederlandBrakwater|ZoetwaterMOO
Effen vliesworm
Leptoplana tremellaris


Lees verder...
Effen vliesworm
Leptoplana tremellaris
Er zijn twee langwerpige groepen van 20-25 cerebrale oogvlekjes en twee meer naar achteren en naar buiten Liggende, ronde groepen van 6-12 tentaculaire oogvlekjes, die iets groter zijn. Tentakels zijn niet aanwezig.

Lees verder...
Leptoplana tremellarisEr zijn twee langwerpige groepen van 20-25 cerebrale oogvlekjes en twee meer naar achteren en naar buiten Liggende, ronde groepen van 6-12 tentaculaire oogvlekjes, die iets groter zijn. Tentakels zijn niet aanwezig.Kleur: effen witachtig, grijsachtig of grauwbruin, meestal enigszins transparant.
Lengte: maximale lengte bedraagt 25 mm.
 De soort komt in het Nieuwediep en op schorren in de Oosterschelde voor. In het deltagebied is deze soort wijd verspreid in de Oosterschelde en in de Westerschelde tot Borssele.    142827SoortenalbumNederlandZoutwaterMOO|LIMP
Egelslak
Acanthodoris pilosa


Lees verder...
Egelslak
Acanthodoris pilosa
Zeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op <em>Alcyonidium</em> (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Lees verder...
Acanthodoris pilosaZeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op Alcyonidium (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Afmetingen: In Nederland worden de dieren maximaal ± 30 mm lang.
Kleur:
Meestal grijs, soms heel donker, bruin of tegen tegen zwart aan. Maar er zijn ook volledig witte exemplaren in de Nederlandse kustwateren aangetroffen. Ze zijn altijd éénkleurig, jonge dieren soms met kleine donkere puntjes. Doordat de kleur en structuur van de rug van de Egelslak sterk lijkt op Alcyonidium, het voorkeursvoedsel, zijn de dieren die daar op gevonden worden goed gecamoufleerd.
Vorm: Ovale dieren. De rug is dicht bezet met zachte, puntige, tamelijk gelijkvormige wratjes. Achter op de rug staat een krans met 7 tot 9 geveerde kieuwen. De gelamelleerde rhinoforen staan in een onopvallende kleine schede en zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen.

Eieren: De eieren liggen in een gegolfde gespiraliseerde band, met het smalle deel vastgehecht aan een harde ondergrond.

 Groot verspreidingsgebied: van Noord Noorwegen, IJsland tot in de Middellandse Zee. Ook aan de Amerikaanse Atlantische kust en langs de Amerikaanse westkust. In Nederland kan de Egelslak kan op harde substraten en bruinwieren gevonden worden, zowel in het Waddengebied als in de Ooster- en Westerschelde.Komt voor op harde substraten waarop het voedsel groeit. Vaak zijn dat mosselbanken. De soort leeft namelijk van mosdiertjes van het geslacht Alcyonidium, waarop de dieren veel te vinden zijn. Mosdiertjes van dit geslacht komen vaak voor op mosselschelpen, maar ook bijvoorbeeld op Bruinwieren. De dieren kunnen eieren afzetten vanaf een lengte van ± 10 mm.Zowel dieren als hun eieren kunnen in alle jaargetijden worden waargenomen.140627SoortenalbumNederlandZoutwaterMOO
Egelslak
Acanthodoris pilosa


Lees verder...
Egelslak
Acanthodoris pilosa
Zeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op <em>Alcyonidium</em> (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Lees verder...
Acanthodoris pilosaZeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op Alcyonidium (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Afmetingen: In Nederland worden de dieren maximaal ± 30 mm lang.
Kleur:
Meestal grijs, soms heel donker, bruin of tegen tegen zwart aan. Maar er zijn ook volledig witte exemplaren in de Nederlandse kustwateren aangetroffen. Ze zijn altijd éénkleurig, jonge dieren soms met kleine donkere puntjes. Doordat de kleur en structuur van de rug van de Egelslak sterk lijkt op Alcyonidium, het voorkeursvoedsel, zijn de dieren die daar op gevonden worden goed gecamoufleerd.
Vorm: Ovale dieren. De rug is dicht bezet met zachte, puntige, tamelijk gelijkvormige wratjes. Achter op de rug staat een krans met 7 tot 9 geveerde kieuwen. De gelamelleerde rhinoforen staan in een onopvallende kleine schede en zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen.

Eieren: De eieren liggen in een gegolfde gespiraliseerde band, met het smalle deel vastgehecht aan een harde ondergrond.

 Groot verspreidingsgebied: van Noord Noorwegen, IJsland tot in de Middellandse Zee. Ook aan de Amerikaanse Atlantische kust en langs de Amerikaanse westkust. In Nederland kan de Egelslak kan op harde substraten en bruinwieren gevonden worden, zowel in het Waddengebied als in de Ooster- en Westerschelde.Komt voor op harde substraten waarop het voedsel groeit. Vaak zijn dat mosselbanken. De soort leeft namelijk van mosdiertjes van het geslacht Alcyonidium, waarop de dieren veel te vinden zijn. Mosdiertjes van dit geslacht komen vaak voor op mosselschelpen, maar ook bijvoorbeeld op Bruinwieren. De dieren kunnen eieren afzetten vanaf een lengte van ± 10 mm.Zowel dieren als hun eieren kunnen in alle jaargetijden worden waargenomen.140627SoortenalbumNederlandZoutwaterMOO
Egelslak
Acanthodoris pilosa


Lees verder...
Egelslak
Acanthodoris pilosa
Zeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op <em>Alcyonidium</em> (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Lees verder...
Acanthodoris pilosaZeenaaktslak. Tot ca 30 mm. Ovale dieren. Rug bezet met zachte, puntige wratjes. Achter op de rug een krans met 7-9 geveerde kieuwen. Gelamelleerde rhinoforen in een onopvallende kleine schede. Deze zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen. In Nederland regelmatig op Alcyonidium (Noordzee, Waddengebied, Grevelingenmeer, Ooster- en Westerschelde).

Afmetingen: In Nederland worden de dieren maximaal ± 30 mm lang.
Kleur:
Meestal grijs, soms heel donker, bruin of tegen tegen zwart aan. Maar er zijn ook volledig witte exemplaren in de Nederlandse kustwateren aangetroffen. Ze zijn altijd éénkleurig, jonge dieren soms met kleine donkere puntjes. Doordat de kleur en structuur van de rug van de Egelslak sterk lijkt op Alcyonidium, het voorkeursvoedsel, zijn de dieren die daar op gevonden worden goed gecamoufleerd.
Vorm: Ovale dieren. De rug is dicht bezet met zachte, puntige, tamelijk gelijkvormige wratjes. Achter op de rug staat een krans met 7 tot 9 geveerde kieuwen. De gelamelleerde rhinoforen staan in een onopvallende kleine schede en zijn in volledig uitgestrekte toestand met een knik naar achteren gebogen.

Eieren: De eieren liggen in een gegolfde gespiraliseerde band, met het smalle deel vastgehecht aan een harde ondergrond.

 Groot verspreidingsgebied: van Noord Noorwegen, IJsland tot in de Middellandse Zee. Ook aan de Amerikaanse Atlantische kust en langs de Amerikaanse westkust. In Nederland kan de Egelslak kan op harde substraten en bruinwieren gevonden worden, zowel in het Waddengebied als in de Ooster- en Westerschelde.Komt voor op harde substraten waarop het voedsel groeit. Vaak zijn dat mosselbanken. De soort leeft namelijk van mosdiertjes van het geslacht Alcyonidium, waarop de dieren veel te vinden zijn. Mosdiertjes van dit geslacht komen vaak voor op mosselschelpen, maar ook bijvoorbeeld op Bruinwieren. De dieren kunnen eieren afzetten vanaf een lengte van ± 10 mm.Zowel dieren als hun eieren kunnen in alle jaargetijden worden waargenomen.140627SoortenalbumNederlandZoutwaterMOO
Eikapsel Blauwe vleet
Dipturus batis


Lees verder...
Eikapsel Blauwe vleet
Dipturus batis
<p>Zeevis, eikapsel. Lengte ongeveer 2/3 x de breedte. Zonder hoorns gemiddeld 12 x 6 cm breed. Exemplaren op het strand na verdroging doorgaans zwart. Verse eieren brons- tot licht amberkleurig. Groot, langwerpig rechthoekig eikapsel met zowel aan de onder- als bovenkant korte hoorns. Oppervlak ruw, vezelig. Aan onderzijde tussen de hoorns een vlies. Zeldzaam op het strand. (Grotere exemplaren tot 20 cm of meer, horen vermoedelijk tot een andere soort: De Flappervleet). &nbsp;</p>

Lees verder...
Dipturus batis

Zeevis, eikapsel. Lengte ongeveer 2/3 x de breedte. Zonder hoorns gemiddeld 12 x 6 cm breed. Exemplaren op het strand na verdroging doorgaans zwart. Verse eieren brons- tot licht amberkleurig. Groot, langwerpig rechthoekig eikapsel met zowel aan de onder- als bovenkant korte hoorns. Oppervlak ruw, vezelig. Aan onderzijde tussen de hoorns een vlies. Zeldzaam op het strand. (Grotere exemplaren tot 20 cm of meer, horen vermoedelijk tot een andere soort: De Flappervleet).  

Afmetingen: De lengte van het eikapsel is ongeveer twee tot drie keer de breedte. Gemiddelde grootte van het eikapsel zonder de hoorns is ca 12 cm lang en 6 cm breed. (Er zijn echter exemplaren bekend van meer dan 20 cm lang, deze horen mogelijk tot een andere soort).
Kleur: Exemplaren op het strand zijn door verdroging doorgaans zwart. Verse eieren zijn brons- tot licht amberkleurig
Vorm: Het eikapsel is groot, tamelijk langwerpig rechthoekig met zowel aan de onderkant als de bovenkant korte hoorns (de uitsteeksels aan iedere 'hoek' van het ei).
Sculptuur: Het oppervlak van het eikapsel voelt vezelig aan. Aan onderzijde (distale zijde) tussen hoorns bevindt zich een vlies, het distale veld. De eikapsels hebben aan de zijkanten géén vliezige zomen.
Hoorns: zeer kort.
Overig: Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken. Aan de bovenzijde (proximale zijde), tussen de hoorns, bevindt  zich de opening  waaruit de  jonge  Vleet  naar buiten is gekomen. Rond de opening bevindt zich een smalle zoom met vliezig weefsel.

 

Zie de pagina van de Vleet.

Zie de pagina van de Vleet.

 

711847

SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Blonde rog
Raja brachyura


Lees verder...
Eikapsel Blonde rog
Raja brachyura
Zeevis, eikapsel. Exclusief hoorns ca 11,5-14,5 cm lang en ca 7-9 cm breed. Verse eieren zijn donkerbruin, roodachtig bruin of zwart. Exemplaren op het strand na verdroging doorgaans zwart. Langwerpig eikapsel. Hoorns aan de bovenkant 2x zo lang als aan de onderkant. Aan de lange zijkanten dunne zomen. De zoom aan de onderkant is breder. Oppervlak glad tot fijngestreept. Spoelt tegenwoordig nog maar weinig op het strand aan.

Lees verder...
Raja brachyuraZeevis, eikapsel. Exclusief hoorns ca 11,5-14,5 cm lang en ca 7-9 cm breed. Verse eieren zijn donkerbruin, roodachtig bruin of zwart. Exemplaren op het strand na verdroging doorgaans zwart. Langwerpig eikapsel. Hoorns aan de bovenkant 2x zo lang als aan de onderkant. Aan de lange zijkanten dunne zomen. De zoom aan de onderkant is breder. Oppervlak glad tot fijngestreept. Spoelt tegenwoordig nog maar weinig op het strand aan.

Afmetingen: Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 11,5 cm lang en circa 7,0 cm breed (maximaal 14,5 x 9,0 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn donkerbruin, roodachtig bruin of zwart, verdroogde exemplaren op het strand zijn doorgaans bruinzwart.
Vorm: De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig. Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken langere hoorns dan aan de onderkant (distale zijde). Onderaan is de zoom breder dan aan de bovenkant. Aan de lange zijkanten bevinden zich dunnere zomen (vliezige stroken). Aan de boven- en onderkant bevindt zich tussen de hoorns ook vliezig weefsel. De lengte van het eikapsel zonder de hoorns is ongeveer 1,5 x de breedte.
Sculptuur: Het oppervlak is glad tot fijngestreept.
Hoorns:
De Hoorns aan de bovenkant zijn twee keer zo lang als die aan de onderkant.
Overig: Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.

Afgenomen na 1955. Dit heeft vrijwel zeker te maken met toegenomen intensieve visserij.

Zie voor Areaal en verspreiding van de vis de pagina van soort (Blonde rog). Eikapsels van de Blonde rog werden in de jaren vóór 1955 geregeld gevonden langs de Nederlandse stranden. Daarna veel minder gevonden. Tegenwoordig een vrij zeldzame vondst.

Zie de pagina van de Blonde rog. 367297SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Gevlekte rog
Raja montagui


Lees verder...
Eikapsel Gevlekte rog
Raja montagui
Zeevis, eikapsel. Iets langer dan breed. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) even lang of hoogstens ietsje langer dan aan de onderkant. Verse exemplaren donker roodbruin, verdroogde exemplaren op het strand donker bruinzwart. Zoom bovenaan breder dan onderaan. Geen echte zomen aan de zijkanten. Oppervlak in de lengterichting fijn gestreept. Spoelt weinig aan, maar wel langs de hele kust.

Lees verder...
Raja montaguiZeevis, eikapsel. Iets langer dan breed. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) even lang of hoogstens ietsje langer dan aan de onderkant. Verse exemplaren donker roodbruin, verdroogde exemplaren op het strand donker bruinzwart. Zoom bovenaan breder dan onderaan. Geen echte zomen aan de zijkanten. Oppervlak in de lengterichting fijn gestreept. Spoelt weinig aan, maar wel langs de hele kust.Afmetingen: Iets langer dan breed. Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 6,5 cm lang en circa 4,0 cm breed (maximaal 7,8 x 4,6 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn donker roodbruin, verdroogde exemplaren op het strand zijn doorgaans donker bruinzwart.
Vorm: De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig. Bovenaan is de zoom breder dan aan de onderkant. Aan de lange zijkanten bevinden zich geen echte zomen.
Sculptuur: Het oppervlak lijkt glad maar is in de lengterichting fijn gestreept.
Hoorns: De hoorns op de hoekpunten aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zijn even lang (hoogstens iets langer) als de hoorns aan de onderkant (distale zijde).
Overig: Uitgedroogde eipkapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.
 Eikapsels van de Gevlekte rog spoelen nu en dan aan langs de hele kust. Voor Areaal en verspreiding, habitat en ecologie van de vis zelf, zie de beschrijving van de Gevlekte rog.Zie de pagina van de Gevlekte rog. 105887SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Golfrog
Raja undulata


Lees verder...
Eikapsel Golfrog
Raja undulata
Zeevis, eikapsel. Iets langer dan breed, &eacute;&eacute;n kant boller dan de andere. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) even lang of hoogstens ietsje langer dan de hoorns aan de onderkant (distale zijde). Distale hoorns sterk gekromd, proximale minder sterk. Donkerrood tot bruinzwart, verdroogd neigend naar zwart. Bovenkant met verbrede, vliezige zoom, onderkant vrijwel zonder. Dunnere zomen aan de zijkanten meestal grotendeels verdwenen. Wel kunnen er plukjes hechtingsvezels aan de zijkanten zitten. Spoelt weinig aan, maar wel langs de hele kust.

Lees verder...
Raja undulataZeevis, eikapsel. Iets langer dan breed, één kant boller dan de andere. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) even lang of hoogstens ietsje langer dan de hoorns aan de onderkant (distale zijde). Distale hoorns sterk gekromd, proximale minder sterk. Donkerrood tot bruinzwart, verdroogd neigend naar zwart. Bovenkant met verbrede, vliezige zoom, onderkant vrijwel zonder. Dunnere zomen aan de zijkanten meestal grotendeels verdwenen. Wel kunnen er plukjes hechtingsvezels aan de zijkanten zitten. Spoelt weinig aan, maar wel langs de hele kust.Afmetingen: Iets langer dan breed. Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 8,0 cm lang en circa 5,0 cm breed (maximaal 8,2 x 5,2 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn donkerrood tot bruinzwart, verdroogde exemplaren op het strand neigen naar zwart.
Vorm: De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig, aan één kant iets boller dan aan de andere. Aan de bovenkant zit een duidelijk verbrede, vliezige rand (zoom). Aan de onderkant ontbreekt deze vrijwel geheel. Ook aan de zijkanten zitten zomen, al zijn deze meestal grotendeels verdwenen. Wel kunnen er plukjes hechtingsvezels aan de zijkanten zitten.
Sculptuur: Het oppervlak lijkt glad, maar is in de lengterichting fijn gestreept.
Hoorns: Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken puntige uitsteeksels (hoorns), die aan de uiteinden vaak iets naar binnen gebogen zijn. Dit geldt ook voor de maar weinig kleinere hoorns aan de onderkant (distale zijde), die vaak nog sterker naar binnen gebogen zijn.
Overig: Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.
 Eikapsels van de Golfrog spoelen maar weinig aan, ze zijn te vinden langs de hele kust. Voor Areaal en Verspreiding, evenals voor Habitat en ecologie: zie de pagina van de vis zelf (de Gevlekte rog).Zie de pagina van het dier zelf, de Gevlekte rog. 105891SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Grootoog-rog
Leucoraja naevus


Lees verder...
Eikapsel Grootoog-rog
Leucoraja naevus
Zeevis, eikapsel. Doos langer dan breed, voor- en achterkant nogal bol. Hoorns aan de bovenkant lang, dun, naar binnen gebogen en ten minste twee keer zo lang als de hoorns aan de onderkant. Diep goudbruin tot meer roodbruin, verdroogd neigend naar zwart. Alleen aan de bovenkant een duidelijk verbrede, vliezige zoom. Aan de onderkant en de zijkanten geen duidelijke zomen. Een van de zeldzamere eikapsels, te vinden langs de hele kust.

Lees verder...
Leucoraja naevusZeevis, eikapsel. Doos langer dan breed, voor- en achterkant nogal bol. Hoorns aan de bovenkant lang, dun, naar binnen gebogen en ten minste twee keer zo lang als de hoorns aan de onderkant. Diep goudbruin tot meer roodbruin, verdroogd neigend naar zwart. Alleen aan de bovenkant een duidelijk verbrede, vliezige zoom. Aan de onderkant en de zijkanten geen duidelijke zomen. Een van de zeldzamere eikapsels, te vinden langs de hele kust.Afmetingen: Ongeveer 1/3 langer dan breed. Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 6,0 cm lang en circa 3,5 cm breed (maximaal 7,0 x 4,0 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn diep goudbruin tot meer roodbruin, verdroogde exemplaren op het strand neigen naar zwart.
Vorm: De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig en relatief bol. Aan de bovenkant zit een duidelijk verbrede, vliezige rand (zoom). Aan de onderkant is geen zoom aanwezig. Ook aan de zijkanten zitten geen duidelijke zomen.
Sculptuur: Het oppervlak is bijna glad, hoogstens zeer fijn in de lengterichting gestreept.
Hoorns: Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken lange, naar binnen gebogen, dunne, puntige uitsteeksels (hoorns). Deze hoorns zijn ten minste twee keer zo lang als die aan de onderkant (distale zijde).
Overig: Uitgedroogde eipkapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.
 Eikapsels van de Grootoogrog spoelden vroeger meer aan dan tegenwoordig. Momenteel is het een van de zeldzamere eikapsels, te vinden langs de hele kust. Voor Areaal en Verspreiding, evenals voor Habitat en ecologie: zie de pagina van de vis zelf (de Grootoogrog).Zie de pagina van de Grootoogrog. 105876SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Hondshaai
Scyliorhinus canicula


Lees verder...
Eikapsel Hondshaai
Scyliorhinus canicula
Zeevis, eikapsel. Ongeveer 50 x 20 mm. Geelbruin, glad met wat vage lengteribbels, glanzend. Rechthoekig, relatief smal eikapsel met lange opgekrulde draden op de hoeken. Spoelt vrij lgemeen aan op de gehele Nederlandse kust. Vaak in kluwen van meerdere eieren bij elkaar.

Lees verder...
Scyliorhinus caniculaZeevis, eikapsel. Ongeveer 50 x 20 mm. Geelbruin, glad met wat vage lengteribbels, glanzend. Rechthoekig, relatief smal eikapsel met lange opgekrulde draden op de hoeken. Spoelt vrij lgemeen aan op de gehele Nederlandse kust. Vaak in kluwen van meerdere eieren bij elkaar.Afmetingen: Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 5,5 cm lang en 2,2 cm breed (maximaal 6,5 x 3,0 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn geelbruin of lichtbruin, aangespoelde exemplaren op het strand kunnen na verdroging meer bruinachtig zijn, soms zelfs donkerbruin.
Vorm: De doos is langwerpig-rechthoekig en relatief smal. Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken lange, opgekrulde draden. Aan de onderkant (distale zijde) zitten eveneens opgekrulde draden. De lange zijkanten hebben geen duidelijke zomen, maar zijn wel enigszins verdikt. Alleen aan de bovenkant zit een stuk zoom. Hier, tussen de hoorns, is soms ook nog wat vliezig weefsel  aanwezig.
Hoorns: Hoeken met lange, stugge opgekrulde draden.
Sculptuur: Het oppervlak is glad en glanzend, met wat vage lengteribbels.
Overig: Eikapsels van de Hondshaai spoelden vroeger wel vaker aan dan tegenwoordig, maar het is ook nu nog een van de meest aanspoelende eikapsels op het strand. Langs de gehele Nederlandse kust te vinden in met name de vloedlijn. De opgekrulde draden op de hoeken kunnen (uitgetrokken) zeer lang zijn en kunnen in elkaar gedraaid zitten met die van andere kapsels, zodat soms kluwen met meerdere aan elkaar vastzittende Hondshaaikapsels aanspoelen. Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.
 

Zie voor de vis zelf de aparte pagina van de Hondshaai.

De eikapsels spoelen vrij algemeen aan op de gehele Nederlandse kust.

Zie de pagina van de Hondshaai. 105814SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsel Stekelrog
Raja clavata


Lees verder...
Eikapsel Stekelrog
Raja clavata
Zeevis, eikapsel. Iets langer dan breed, voor- en achterkant ongeveer even bol. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) puntig, iets gekromd. Hoorns aan de onderkant (distale zijde) vrijwel even lang als de bovenste, soms iets korter. Diep donkerbruin tot zwart, verdroogd zwart. Boven- en zijkanten met duidelijk verbrede, vliezige zoom, die bovenaan breder is dan onderaan. Spoelt regelmatig op het strand aan langs onze hele kust.

Lees verder...
Raja clavataZeevis, eikapsel. Iets langer dan breed, voor- en achterkant ongeveer even bol. Hoorns aan de bovenkant (proximale zijde) puntig, iets gekromd. Hoorns aan de onderkant (distale zijde) vrijwel even lang als de bovenste, soms iets korter. Diep donkerbruin tot zwart, verdroogd zwart. Boven- en zijkanten met duidelijk verbrede, vliezige zoom, die bovenaan breder is dan onderaan. Spoelt regelmatig op het strand aan langs onze hele kust.Afmetingen: Iets langer dan breed. Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 7,0 cm lang en circa 5,0 cm breed (maximaal 9,0 x 7,0 cm).
Kleur: Verse exemplaren zijn diep donkerbruin tot zwart, verdroogde exemplaren op het strand zijn zwart.
Vorm: De 'doos' van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig en aan de voor- en achterkant ongeveer even bol. De boven- en zijkanten hebben een duidelijk verbrede, vliezige rand (zoom). Bovenaan is de zoom breder dan aan de onderkant. De zoom aan de lange zijkanten is eveneens breed en opvallend, maar vooral deze zomen scheuren soms en kunnen na droging afbrokkelen.
Sculptuur: Het oppervlak lijkt bijna glad, maar is in de lengterichting fijn gestreept.
Hoorns: Aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zitten op de hoeken dunne, puntige uitsteeksels (hoorns). De hoorns aan de onderkant (distale zijde) zijn even lang als de bovenste of soms iets korter.
Overig: Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken: de eikapsels van de Stekelrog kunnen dan bijna 1/3 groter worden.
Afgenomen in het aanspoelsel.Eikapsels spoelen regelmatig op het strand aan langs onze hele kust. Er is wel een afname ten opzichte van vroeger. Voor Areaal en Verspreiding, evenals voor Habitat en ecologie: zie de pagina van de vis zelf (de Stekelrog).Zie de pagina van de Stekelrog. 105883SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP|KOR
Eikapsel Sterrog
Amblyraja radiata


Lees verder...
Eikapsel Sterrog
Amblyraja radiata
Zeevis, eikapsel. Eikapsels exclusief hoorns tot 4,5 x 3,5 cm. Bovenste hoorns soms draadvormig uitgetrokken en dan langer dan de doos, onderste nooit langer dan doos en haakvormig omgebogen. Droge strandexemplaren zwart, verse lichter, bruinachtig. Rechthoekig kapsel met goed ontwikkelde hoorns. Het oppervlak voelt duidelijk ruw aan. Spoelt vrij algemeen aan, met name op de Waddeneilanden, maar dit is net als bij de andere soorten, wel afgenomen. (Deze rog wordt ook wel 'Noorse rog' genoemd).

Lees verder...
Amblyraja radiataZeevis, eikapsel. Eikapsels exclusief hoorns tot 4,5 x 3,5 cm. Bovenste hoorns soms draadvormig uitgetrokken en dan langer dan de doos, onderste nooit langer dan doos en haakvormig omgebogen. Droge strandexemplaren zwart, verse lichter, bruinachtig. Rechthoekig kapsel met goed ontwikkelde hoorns. Het oppervlak voelt duidelijk ruw aan. Spoelt vrij algemeen aan, met name op de Waddeneilanden, maar dit is net als bij de andere soorten, wel afgenomen. (Deze rog wordt ook wel 'Noorse rog' genoemd).Afmetingen: Exclusief de hoorns zijn de kapsels circa 4,5 cm lang en circa 3,5 cm breed (maximaal 6,6 x 5,5 cm).
Kleur: Zowel bij verse exemplaren als bij oude zijn de kapsels zwart, soms bij verse exemplaren bruinachtig.

Vorm: De doos van de eikapsels is langwerpig-rechthoekig, met een platte en een bollere zijde. De boven- en zijkanten hebben een duidelijk verbrede, vliezige rand (zoom). De zoom aan de onderkant is het smalst. De zomen aan de zijkanten laten het snelst los. De lengte van het eikapsel zonder de hoorns is minder dan 1,5 de breedte.  
Sculptuur: Het oppervlak is vezelig en zeer ruw tot fijngestreept, met zowel lengte- als dwarsstructuur.
Hoorns: De hoorns aan de bovenkant (proximale zijde; die waaruit het jonge dier naar buiten is gekomen) zijn langer dan die aan de onderkant (distale hoorns). Vooral de onderste hoorns kunnen wat omgekruld zijn, de bovenste hoorns zijn vaak draadvormig uitgetrokken en dan langer dan de doos.  
Overig: Ook vaak aangeduid met de naam Noorse rog. De wetenschappelijke naam was vroeger Raja radiata. Uitgedroogde eikapsels kunnen het best bekeken worden door ze op te weken.

Het aanspoelen lijkt afgenomen ten opzichte van vroeger, echter nog steeds regelmatig te vinden op de Waddeneilanden.Zie voor Areaal en verspreiding van het dier de pagina van het dier (de Sterrog). De eikapsels spoelen ze vaak aan, met name op de Waddeneilanden. Het zijn na die van de Stekelrog de meest aanspoelende eikapsels op de Nederlandse kust.Zie voor Habitat en Ecologie de pagina van het dier (de Sterrog). 105865SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii


Lees verder...
Eikapsels Roggen en Haaien
Elasmobranchii
Zeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen&nbsp; eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste &eacute;&eacute;n haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's.&nbsp;

Lees verder...
ElasmobranchiiZeevissen. Kraakbeenvissen. Langs de kust kunnen  eierkapsels aanspoelen van verschillende soorten roggen en ten minste één haai. Deze eikapsels hebben een bruingele, donkere olijfgroene, bruine of zwarte kleur. Ze zijn rechthoekig of vierkant, elk van de hoeken loopt uit in een punt, langer uitgetrokken doorn of opgekrulde stugge draden. Deze pagina geeft een algemeen overzicht. Zie voor zowel de beschrijving van de dieren als voor de aparte eikapsels verder de afzonderlijke pagina's. 

Eikapsels hebben ongeveer dezelfde vorm: een rechthoekige, soms meer vierkante doos, uitlopend in een langere doornachtige punt, een korte punt, of in gedraaide, spiraalsgewijs opgekrulde draden. In het laatste geval is het kapsel geelbruin of lichtgroen en is het van een haai (Hondshaai). Eikapsels van roggen zijn veel donkerder tot zwart en hebben een rechte of  gekromde hoorn op de hoeken. (Bij de Vleet en de Flapperrog zijn de hoekpunten zeer kort en is nauwelijks sprake van een uitgetrokken doorn. Deze kapsels zijn aanzienlijk groter dan die van de andere roggensoorten en hebben laterale zomen). De draden en de hoorns zorgen dat de kapsels op de zeebodem vastgehecht blijven en lijken ook met  de zuurstofvoorziening van het embryo te maken te hebben. Op het strand aanspoelende eikapsels zijn leeg, een heel enkele keer bevatten ze nog dooier of een al dan niet ontwikkeld embryo van de betreffende vissoort.

Bij de beschrijvingen van de kapsels worden de volgende termen gebruikt:

  • Zoom - Sommige eikapsels hebben aan de lange zijden platte zomen (‘laterale zomen’).
  • Doos - Het deel tussen de eventuele laterale zomen en de horens in. De doos is niet plat maar gezwollen, meestal is de bovenzijde boller dan de onderzijde. In de doos ontwikkelt zich het embryo.
  • Afmetingen - Verse eikapsels hebben grotere afmetingen dan ingedroogde. Eenmaal gedroogd zijn ze kleiner, ook opweken in water helpt dan niet meer.
  • Lengte en breedte - De lengte wordt gemeten zonder de hoorns; de breedte inclusief de eventuele laterale zomen, maar ook zonder hoorns.
  • Hoorns - de uitsteeksels in de hoeken, deze kunnen zeer lang zijn, de bovenste kunnen in lengte afwijken van de onderste of omgekeerd, of ze kunnen uitlopen in gekrulde draden (Hondshaai).
  • Sculptuur - Het oppervlak van de dozen kan verschillen, van glad en plasticachtig, tot ruw, grofkorrelig of zelfs een beetje schubachtig gelamelleerd.
Voor alle Roggen en voor de Hondshaai komen uit het aanspoelen van de eierkapsels de laatste decennia dalende trends naar voren. Dit komt grotendels overeen met vangstgegevens van de visserij.Zie voor de beschrijving van het areaal en de verspreiding de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

De eierkapsels van de eierleggende soorten (veel kraakbeenvissen zijn levendbarend) vinden we meestal in de vloedlijn, vaak zelfs nog hoger, als ze na droging door de wind tot in het duin heeft geblazen.

Zie voor de beschrijving van de habitat en de ecologie de pagina's van de afzonderlijke vissoorten.

- Hondshaai - Scyliorhinus canicula,
- Blonde rog - Raja brachyura,
Gevlekte rog - Raja montagui
Grootoogrog - Leucoraja naevus
Stekelrog - Raja clavata
Sterrog - Amblyraja radiata
Vleet - Dipturus batis
Flapperrog - Dipturus intermedia

 10193SoortenalbumNederlandZoutwaterSMP
Empingmosdiertje
Schizomavella linearis


Lees verder...
Empingmosdiertje
Schizomavella linearis
Mosdiertje. Mariene soort. Vormt grote korsten, soms met gedeeltelijk opgerichte lobben, lichtroze tot rood.&nbsp;In het begin bestaat een korst uit een enkele laag van individuen (zo&iuml;den), later ontwikkelen zich meer lagen. Zo&iuml;den zijn vierkant en geheel verkalkt. Individuen (zo&iuml;den) zijn 0.4-0.7 bij 0.3-0.4 mm groot.

Lees verder...
Schizomavella linearisMosdiertje. Mariene soort. Vormt grote korsten, soms met gedeeltelijk opgerichte lobben, lichtroze tot rood. In het begin bestaat een korst uit een enkele laag van individuen (zoïden), later ontwikkelen zich meer lagen. Zoïden zijn vierkant en geheel verkalkt. Individuen (zoïden) zijn 0.4-0.7 bij 0.3-0.4 mm groot.

Grootte: Individuen (zoïden) zijn 0.4 tot 0.7 mm groot.
Vorm: De zoïden zijn vierkant. En liggen in radiale lineaire lijnen.
Kleur: Lichtroze tot rood. Aangespoelde kolonies zijn wit.
Overig: Wanneer de zoïden jong zijn hebben deze 2-4 stekels, maar deze verliezen ze op latere leeftijd.

 NoordzeeDeze soort kan zich vastzetten op steen, schelpen en wieren. Wordt vooral gevonden aan de onderkant van grote stenen en bij beschutte rotskusten.  111099SoortenalbumNederlandZoutwaterMOO
 
   
 
Instellingen
 
 


Kolommen
select
       
Indeling
select
        
Uiterlijk
select

Groepsnaam
select

Sortering groepsnaam
select



 
   

Diensten

Weekdieren (EU-Habitatrichtlijn)

  • Inventarisaties
  • Beheeradviezen 
  • Monitoring
  • Exoten

Mariene soorten en ecologie

  • Educatie
  • Artikelen
  • Exoten

 

 

Steun ANEMOON

  • Met een donatie
  • Met waarnemingen
  • Met foto's 
  • Met locatie-omschrijvingen
  • Met maken van artikelen
  • Met organiseren activiteiten

Contact

Stichting ANEMOON
Postbus 29
2120 AA Bennebroek

anemoon@cistron.nl

06-11442009

 

 

Back To Top